Nieuwsflits 53 Grenzen

Grote regentijd. Maandenlang regent het al. Bijna dagelijks. Niet een beetje, maar stortbuien, tropische buien. Af en toe geloof je de regenmeter gewoon niet: 60 tot 80mm in een uur of wat.
Vandaag was het weer één van die dagen. Aan het luchtvaartweerbericht heb je hier niet veel. We hebben keus uit 2: “In de middag kans op onweersbuien” en “In de middag kans op zware onweersbuien”. Meer hebben we niet, laat staan een weerradar.
Deze middag moet ik 2 dokters naar Stoelmanseiland brengen. Een vlucht van een uurtje. Laverend tussen, over en onder de buien door, bereiken we het eiland. Zoals gewoonlijk inspecteer ik de baan vanuit de lucht. Ik zie veel plassen water op de baan staan en constateer dat de chef van de baan in gebreke is gebleven: deze baan had eigenlijk gesloten moeten worden. Ik besluit om een poging te wagen. Alert en met een lage naderingssnelheid, gereed om direct door te starten, land ik het vliegtuig op de eerste meters van de baan. Spectaculair schouwspel dat opspattend water, maar remmen, vergeet het maar. Het vliegtuig komt desalniettemin net over de helft van de baan tot stilstand, zodat ik niet door hoef te starten en terug te vliegen naar Paramaribo. Als ik de chef vraag waarom hij de baan niet heeft gesloten, krijg ik een vaag antwoord dat hij gebeld heeft, maar dat wij net vertrokken waren. Als hij even later vraagt of ik plaats heb voor 2 passagiers terug naar de stad, begrijp ik het: eigenbelang. Aan die 2 passagiers verdient hij wat. Echter dat feest gaat niet door. Ik moet een ernstig zieke patiënt ophalen op Botopasie. Geen plaats dus voor passagiers.
Een gordijn van water achterlatend stijg ik op in de richting van de volgende bestemming. Onderweg krijg ik via de radio te horen dat het erg slecht weer is boven Botopasie en eveneens water op de baan. Ik realiseer me dat er 2 weken geleden een vliegtuig van de baan is gegleden en dat onder betere omstandigheden. Ik vraag dus aan de controller of daarmee de baan gesloten is. Die laat het aan mijn beslissing over, wetend dat er een patiënt op me wacht. “Een gewaarschuwd man telt voor twee” luidt het gezegde. Dat klopt. Extra alert inspecteer ik de baan nauwkeurig en zie meteen dat er een complete oploop bij het vliegveld is. Kennelijk een belangrijk persoon die geëvacueerd moet worden, besluit ik. Ik realiseer me wat een voorrecht dat het is, getraind te zijn bij MAF USA. Hier word je getraind om tot de grenzen te gaan, maar ook duidelijk grenzen voor jezelf te stellen en daar binnen te blijven. Met deze waardevolle bagage, zet ik de landing in en kom al glibberend tot stilstand, ruimschoots voor het eind van de baan.  De patiënt is nog niet gereed. Ze zijn nog druk bezig om hem te stabiliseren. Ondertussen kijk ik wat rond. Plotseling zie ik een vrouw vreemde gebaren maken en druk praten met ‘iets’ in de lucht. Ze heeft contact met de geesten en probeert de buien en het onweer weg te jagen. Naar alle kanten haalt ze haar kunsten uit. Even later heeft ze zich door de menigte gedrongen en staat ze bij de patiënt. Het lijkt of ze door het open raam iets naar binnen wil halen, terwijl ze op de patiënt staat te blazen. Grenzen. Hier is een grens tussen het Koninkrijk van God en het rijk van satan. Ik kan het niet langer aanzien. Met een gebed in mijn hart leg ik ze openlijk het zwijgen op en jaag ze uit het gebouwtje. Even kijkt ze me doordringend aan, maar neemt dan toch de benen.

nieuwsflits 53-1

De tijd dringt. Zorg & Hoop gaat sluiten. Gelukkig kan ik hiervandaan bellen en vraag of ze het vliegveld langer voor me open willen houden. Dat doen ze. De patiënt wordt door 4 stevige kerels het vliegtuig in gehesen, de broeder stapt in en weer is daar die vrouw. En weer staat ze daar haar duivelskunsten uit te halen. Opnieuw verbied ik haar verder te gaan met haar praktijken en vertel haar dat we tot de enige levende en ware God bidden voor de patiënt en voor een veilige reis. Ze prevelt nog wat over “de Almachtige” en maakt zich dan haastig uit de voeten.
Met een bonzend hoofd van de hoofdpijn, vliegen we door het steeds slechter wordende weer huiswaarts. Maar onze God is werkelijk de Almachtige. Als we de stad naderen, hangen de wolken laag en regent het hard. Ik moet een speciale klaring vragen om te mogen landen. Aangekomen bij de hangar hoor ik van mijn collega, dat het een kwartier ervoor inktzwart was boven de stad. Geen doorkomen aan. Ze maakten zich zorgen over mijn komst en hebben in deze nood op God gezien. Juist op het moment van aankomst werd het wat beter, precies genoeg om veilig binnen te komen. Grenzen. Allerlei grenzen. Er zijn echter geen grenzen aan de macht van onze God.