Nieuwsflits 50 Toeval bestaat niet

Veel familieleden zijn aanwezig voor het afscheid. De gezichten weerspiegelen hun gevoelens van verdriet. Velen zoeken steun bij elkaar. De dood is in hun midden gekomen en heeft één van hen weggenomen. Hun donkere gezichten lijken nog donkerder.
Het vliegtuig vertrekt in de richting van de startbaan. Een laatste blik naar de plaats waar hun geliefde ligt.
MAF brengt vandaag de kist met het overleden familielid naar het binnenland om daar begraven te worden. Waarschijnlijk is de persoon naar de stad gekomen om in het ziekenhuis te worden opgenomen en is hij daar overleden. Nu wenst zijn vrouw dat zijn lichaam wordt teruggevlogen en in het dorp kan worden begraven.

Velen die in het binnenland wonen, hebben familieleden in de stad. In het geval van boodschappen is dat gunstig. In de stad is een veel groter assortiment en hebben mensen gemiddeld meer geld te besteden. Heel regelmatig sturen de stedelingen boodschappen naar hun familie in de bush. In dit geval is de scheiding tussen de stad en het binnenland wel erg pijnlijk.
Je woont zo dichtbij elkaar en toch zover weg. Er zijn geen autowegen en het vliegtuig is te duur. De boot vaart er dagen over. Dat is te lang voor het opbaren van de dode. De hoge temperatuur vereist dat een dode snel wordt begraven.

Als het vliegtuig uit het zicht is verdwenen, gaan vele blikken onze richting op. “Dat moeten de vrouw en het dochtertje van de piloot zijn,” lijkt er gedacht te worden. Sommigen komen navraag doen. “…. ….. .. …. ..“ “….. …… ….. famiri piloot?” Blijkbaar verwachten ze gewoon dat ik hun taal spreek. Ze hebben gelijk. Als je geroepen bent om onder hen te wonen en te werken, moet je hun taal machtig zijn. Zo niet, dan moet je daar voor gaan zitten.
Ze weten niet wat deze eenvoudige vraag bij me losmaakt. Want hoewel de laatste woorden goed te begrijpen zijn vanwege de overeenkomsten met het Nederlands, kan ik hun taal nauwelijks spreken. Op straat kan je je prima redden met Nederlands en Engels. En toch is Sranan Tongo de taal van het volk, de taal van hun hart en wie zou het niet prettig vinden om in zijn eigen taal aangesproken te worden. M’n gedachten gaan ook naar Pinksteren waar de mensen in hun eigen taal de grote werken Gods hoorden vertellen, de verwondering daarover en het werk van de Heilige Geest die dit krachtig gebruikt.

Ik wilde er voor hen zijn om samen dit moeilijke moment door te maken. Zij zijn er voor mij geweest.

nieuwsflits 50-1