Nieuwsflits 30 Deerniswekkende ‘lading’

De Surinaamse Zendings Vliegdienst vliegt al jaren voor de Medische Zending. Elke maand vliegen we met de dokters naar alle inlandse dorpen om daar poli te houden. De dorpelingen komen dan met hun klachten naar de polikliniek. Natuurlijk kunnen ze ook op ándere dagen terecht, maar de kennis van een dokter reikt toch veel verder dan de plaatselijke zuster of broeder.

De Medische zending is ook de schakel tussen de bewoners in het binnenland en de ziekenhuizen in de stad. Als er spoedgevallen zijn, en die zijn er best vaak, belt de MZ naar MAF en wij zetten een vliegtuig in om onder medische begeleiding een patiënt op te halen.

nieuwsflits30-1Donderdag. We worden aan het eind van de middag gebeld om een verkeersslachtoffer op te halen in Nickerie. Dit is echter een bijzonder geval. De regelgeving voorziet niet in emergencies vanuit Nickerie. Immers er ligt toch een weg? De medische staf ziet het echter niet zitten deze patiënt over de weg te vervoeren: 4 uur hobbelen naar de stad is teveel voor haar. En dus legt de familie botje bij botje om zelf luchtvervoer te regelen. Triest, maar waar. Als ik in Nickerie aankom begrijp ik direct dat de medische staf en de familie een juiste beslissing hebben genomen. Het hoofd gestabiliseerd, liggend op een brancard, infuus ingebracht, continue beademing met extra zuurstof en 2 begeleiders laten de ernst van de situatie zien. Terwijl we met veel tegenwind langs de kust terugvliegen, kijk ik zo nu en dan achterom. De begeleiders hebben het druk. De vader van het meisje naast me kijkt bezorgd voor zich uit. De broeder knikt me af en toe bemoedigend toe, waaruit ik opmaak dat het nog goed gaat. Toch kan ik het niet laten om voor het meisje te bidden. Ik bid en hoop dat ze, zo jong nog, het leven niet hoeft te laten door het onbezonnen rijgedrag van een bromfietser …..

Zaterdagochtend. Terwijl ik in de stad ben nieuwsflits30-2om nieuwe schoenen te kopen, gaat m’n telefoon. Al maanden niet van gekomen door de drukte en weer lijk ik zonder schoeisel naar huis te moeten.
Een patiënt op Laduani en even verderop op Djoemoe nog een. Dat combineren we natuurlijk. Terwijl ik de oude vrouw het vliegtuig in hijs, komt de plaatselijke zuster met de vraag of ik op Djoemoe nog 2 patiënten kan ‘inladen’? De liggende patiënt wordt gevraagd of ze zittende patiënt kan worden. Nou volgens haar zou dat moeten lukken. Vrouw eruit, matras weer opgerold, stoelen er weer in en vrouw in een stoel gehesen. De begeleider is vooral druk met haar Black Berry en dat zal tot in de stad zo blijven. Overigens geen onbekend verschijnsel, de desinteresse in de patiënt. Een kwartiertje verder land ik in het bosland creolendorp Djoemoe. Een hele delegatie staat ons op te wachten. Tussen de menigte vinden we ook de patiënten: een vrouw met zwangerschapscomplicaties en een vrouw die net bevallen is. Een ander heeft haar kindje, een prematuurtje in een teil bij zich. Iedereen krijgt een plekje en de teil gaat op schoot bij de zuster. Tjonge, de Black Berry gaat even naar de ándere hand. We stijgen op de korte baan op en ik gebruik de rivier aan het eind van de baan om met mijn deerniswekkende vrachtje te klimmen. We mogen echter niet hoog voor de baby, dus binnen 2 minuten zitten we al op kruishoogte. Voor de ene patiënt zou een rustige vlucht op grotere hoogte fijn zijn en voor ons kleinste patiëntje moeten we zo laag mogelijk. Tja, de vroege boreling gaat voor ……
Ook zondag krijg ik geen rust. Ik moet een ernstig zieke patiënt ophalen op Lawa. En kun je dan de begeleider even op Stoelmanseiland ophalen, want de patiënt is zelf broeder op Lawa en heeft daar geen collega’s.
In de stromende regen land ik op een natte en gladde baan op Stoelmanseiland. Dwars vóór de baan een rivier en direct achter de baan nog één. Dat vraagt om een zorgvuldige nadering en landing.
Met de begeleider vervolg ik mijn weg richting Lawa. Het weer wordt er niet beter op en ik blijf laag boven de rivier vliegen. Daar kom je in ieder geval geen bergen tegen.
Gelukkig is het iets beter op Lawa. De patiënt krijgt een infuus en wordt ondersteund door twee mensen naar het vliegtuig gebracht. Tjonge denk ik, die is er slecht aan toe. Later hoor ik dat de dokter Dengue vast heeft gesteld, knokkelkoorts. Met een striemende regen en bar weinig zicht vliegen we terug naar de stad. Ruim een uur lang houdt dit weer aan en pas op het laatste moment, zo’n 10 minuten voor de landing, knapt het weer op. Ik ben helemaal op als ik het vliegtuig met Jacoline en de kinderen de hangar in duw. Onder de vleugel spreken we in gebed onze dankbaarheid voor een veilige vlucht uit. We beseffen heel erg dat het alleen Gods bewarende hand was die onder deze extreme omstandigheden ons thuisbracht.