Nieuwsflits 8 (vertrek naar Suriname 2)

Week 1 – 4 Familie Bijkerk naar en in Suriname

Richting Amsterdam……
Op 6 juli vertrokken we vanuit Leerdam richting Amsterdam Airport. Gelukkig was de geplande vlucht om 16.00 u. en niet halverwege de nacht of vroeg in de morgen. Met een aantal jonge kinderen lijkt me dat behoorlijk stressvol. Nu hadden we allemaal een heerlijke nacht achter de rug. Na de laatste tassen gepakt te hebben en een kop koffie of frisdrank bij de buren Spaans was daar het moment van vertrek uit de zo bekende omgeving.
Terwijl ik in de auto zat, ervaarde ik de steeds grotere afstand tussen familie, vrienden, gemeente, buren en wij zoals we daar in de auto zaten. Toch wel pijnlijk al dat vertrouwde te gaan verlaten en het onbekend tegemoet te gaan. Onbekend ja, maar toch ook de plek waar we zo naar verlangen hoewel we haar nauwelijks kennen.

Zoals iedereen weet, is er genoeg tijd voor verkenning van Schiphol en afscheid nemen tussen het moment van inchecken en het moment van daadwerkelijk vliegen. Iedereen die ons gezin een beetje kent, weet van de vlieg-genen die Andy aan Roeland, Mark en Daan heeft overgedragen. Maar ook Stefan en Elise zijn al helemaal ‘beïnvloed’. Elk kind roept om het hardst als hij/zij in de lucht een vliegtuig signaleert. Met dit enthousiasme bereiken we Schiphol. Helaas lijken we nergens terecht te kunnen met auto en aanhanger en ‘nemen’ een illegale plaats.

Even later zijn daar familieleden en Elly, ons TFC-lid, die de moeite hebben genomen om deze reis te maken. Geweldig! Dank jullie wel.

Uit het zicht verdwenen…….
Met worstelende kinderen staan we een paar uur later in de rij. Stefan wil graag terug naar zijn grote vriend opa Voogd. Elise is het zitten en dragen zat en zou het liefst vrij wandelen. Omdat we vermoeden dat ze een andere route loopt, nemen we haar voor de zekerheid op onze arm. Na de douane keert de rust terug en bellen we de achtergeblevenen om te zeggen dat het met de kinderen weer goed gaat. We vinden het zo vervelend dat we op deze manier uit hun gezichtsveld verdwijnen. Twee worstelende kinderen en twee worstelde ouders.

In de slurf van het vliegtuig ontdekken we dat Ior, de trouwe vriend van Stefan is achtergebleven. Omdat een knuffel zo belangrijk is qua veiligheid voor een kind, besluit ik terug te gaan en te zoeken totdat ik hem heb gevonden. En ja, even later zit ik naast de rest van het gezin in het vliegtuig. Naast me zit een gelukkige Stefan met ezel Ior.

Even later verdwijnt, met snelle vaart, de Nederlandse bodem onder ons. Uren hangen we boven de Oceaan. Het water, het laatste onderdeel wat ons verwijdert van het land dat God ons gewezen heeft.

Een stap op nieuwe bodem…..
Zodra het vliegtuig de Surinaamse bodem raakt, zouden we als eerste uit het vliegtuig willen rennen om ons nieuwe land te voelen en te ruiken. Maar zovelen hebben ons verteld over de manieren van de Surinaamse bevolking; het geduld, de beleefdheidsvormen dat het ons beter lijkt bij de rij aan te sluiten.
Ook wij komen in de gelegenheid ‘voet aan wal’ te zetten. Een warme deken van vochtige lucht en een temperatuur van 29 graden is onze eerste omhelzing.

Buiten wacht ons, in de menigte van roepende taxichauffeurs die graag wat willen verdienen, de taxibus die ons in een appartement in Paramaribo zal brengen. De chauffeur staat naast een groot bord met daarop… fam. Bijkerk! Verbazingwekkend daar je naam te zien staan. En dat 77.000 km van Nederland verwijderd! Deze rit van 45 minuten geven onze kinderen, hoewel ze wel wat dommelen naar zo’n lange dag, een eerste indruk van de leef- en woonomstandigheden van de bevolking.
Men rijdt hier links; een overblijfsel uit de korte, Engelse overheersing. Toch is met links rijden te weinig gezegd. Het is meestal niet links en niet rechts, maar daar waar geen gaten of kuilen zijn.
Heerlijk om met elkaar te zijn. Al deze indrukken met elkaar te verwerken. Samen uit te zien naar een leven in dit nieuwe land.

In de week die volgt, hebben we veel tijd voor elkaar. We wachten op ons huisraad uit de container, waardoor we nog niet aan de slag kunnen. Juist deze week is een goede start. Er is tijd om te wennen, te ontdekken, te missen. We hebben een huurauto om ons te verplaatsen en al snel kunnen we zus Anja ophalen die zo’n 3 weken bij ons zal doorbrengen. Zij heeft dit bezoek gepland om ons te helpen opstarten. Wat een initiatief! Anja, we danken je voor je hulp, je gezelligheid, je tijd en energie.
Na de eerste week volgt er een week van hard werken en veel zweten. Het huurhuis aan de Magnesiumstraat wordt met bezemen gekeerd, dozen worden uitgepakt, bedden in elkaar geschroefd en apparatuur gekocht.

Gras verandert in bomen…………
Zo, we zijn in huis gesetteld. We genieten van onze spullen waarvan sommige al maandenlang in de opslag hadden gestaan. De kinderen hebben veel speeltijd en –plaats. Het diensthuisje op het terrein dient als speelhuisje. De vloer verandert in een landingsbaan van lego. Het lange gras verandert in tropisch regenwoud met daartussen een airstrip. Lego-poppetjes wachten op de komst van een vliegtuig en worden naar ‘de stad’ gevlogen. De skelter verandert in een taxi. Op de veranda wachten kinderen om naar ‘hun werk’ te worden gebracht. Een taxirit kost al snel 20 SRD. Minder genieten we van de wachttijden en de reistijden. Voor ons duurt dit vreselijk lang. We houden van doorgaan, van opschieten. Zo gaat dat in Europa. Het zal ons veel frustratie schelen als we het Europese haasten los kunnen laten.

Opvallen is hier niet moeilijk………..
Donkere huiden passeren blanke huiden. Vrouwenarmen worden uitgestoken naar Stefan en Elise. Even voelen en vragen: “Hoe gaat het met je?” Beiden verbergen zich in mijn rok en kijken even later voorzichtig of de vrouwen al verdwenen zijn. Maar nee, de vrouwen willen contact en kijken vertederd naar deze blanke mensjes. Aan doorlopen denken ze niet. Meestal vertel ik de vrouwen dat het goed met ze gaat, dat ze nog in de fase van gewenning zitten en dat het zeker goed zal komen met deze twee.
Andy vertelde zo-even dat de gezichten van velen op straat weinig vriendelijkheid uitstralen. Mijn ervaring is heel anders. Misschien omdat ik altijd met blonde kinderen op stap ga.
Ook bij de Surinaamse muggen val je, als nieuweling, erg op. Mark telde vanmorgen twintig landingsplaatsen met bijhorende sporen rondom zijn enkels. En dan moet je weten dat hij ’s nachts onder een klamboe ligt. Eerlijkheidshalve moet ik je vertellen dat we niets smeren. Geen deet, maar ook geen after-bite-middel. We proberen gewoon heel dapper te worden en ze vertrouwen ons toe dat we, na enige tijd, minder aantrekkelijk worden. De bloedsamenstelling zou veranderen……..!!