Nieuwsflits 28 Een lift boven het eindeloze bos van Suriname

Een autodeur slaat dicht. Voetstappen komen snel dichterbij. Twee blijde gezichten en enthousiast gebarende handen en voeten. Daan: “Mama, het was zo leuk. Papa had een geweldige landing.” Mark: “Het was zo schitterend mooi op Palumeu. Ik hou zo van vliegen.” Het wordt bijna vechten wie als eerste het verhaal mag vertellen. Zaterdag 23 december 2011. Het gaat over onze eerste vlucht naar het binnenland met papa piloot.

Papa vertelt ons over zijn zaterdagvlucht. Iemand heeft een charter bestelt om rijst te vervoeren naar zijn familie in het binnenland. Het is nog niet bekend of de persoon zelf mee zal gaan. Er blijft ruimte over. Zou de meneer ermee instemmen dat wij meevliegen? We kunnen bijna niet wachten op het antwoord. Als papa niets hoort, gaat de meneer niet mee. Na een paar uur wachten, hebben we gelukkig nog steeds geen telefoontje gehad en dus besluit papa om de vlucht te maken. Hij nodigt ons uit om mee te gaan naar Palumeu. Oke, dat willen wij wel, maar eerst moet de overige ruimte worden berekend. Hoeveel kilo kan er, naast de rijst, nog mee en hoeveel kinderen zijn dat? Papa mag 400 kilo vracht meenemen. Na wat gereken, mogen Roeland en wijzelf (Mark en Daan) mee. Stefan’s huilen houdt maar niet op. We begrijpen hem wel. Hij zou ook zo graag meewillen. Maar papa denkt dat de vlucht van 2,5 uur hem zal vervelen en papa kan hem tijdens het vliegen niet helpen.
Hij bedaart als mama voorstelt om naar de speeltuin te gaan. Gelukkig, ons broertje heeft nu tenminste ook een fijne dag. Dat is toch wel fijner weggaan.
Bij MAF aangekomen, helpen we mee, want zo veel te eerder zijn we in de lucht. Hup, hangaardeuren open, het vliegtuig naar buiten trekken, hangaardeuren dicht, instappen en wegwezen. We genieten van het mooie uitzicht op de stad. De auto’s worden steeds kleiner en de wolken komen steeds dichterbij. Wat zijn wij blij met zo’n papa die ons meeneemt!
Waar je met de auto zo lang over doet vanwege de verkeerslichten en de drukte, ben je nu in een paar minuten. Even later hangen we al boven het bos. Het eindeloze bos van Suriname.
’t Is wel altijd een herrie in het vliegtuig. Dat komt door de motor die net voor je zit. We ruziën dan ook om de headset.

Na een uur komt de airstrip in zicht. Denk niet aan een geasfalteerde baan met verkeerstoren. Nee, gewoon een grasveld. Nou ja, gewoon. ’t Is zelfs niet te vergelijken met een mooi voetbalveld. Er zitten nogal wat hobbels in. Maar die goede, oude lobbes neemt alle hobbels zonder te mopperen. Hij is eraan gewend. Echt een dienstbaar vliegtuig. Een eerder vliegtuig van MAF heette ‘de barmhartige Samaritaan’. Wel een toepasselijke naam.
Heel even staan we aan de grond. Rijstbalen eruit, wij eruit en benen strekken voor de terugvlucht.
He, mensen, waarom helpen jullie niet. De rijst is toch voor een familie in het dorp. Een kleine moeite om die daar even te brengen. Zijn jullie moe of zo? Papa vertelt dat Indianen vaak lui zijn. Alleen als het spullen voor henzelf zijn, steken ze hun handen uit. Nou zeg!