Nieuwsflits 19 Bijbelles voor peuters

Voor me zie ik het bord ‘Rainbowschool’ verschijnen. “Ah, daar moet ik zijn.” Ik stuur de auto de oprit op, open de deur voor Stefan en Elise, pak mijn gitaar en loop in de richting van de deur. Ondertussen bid ik om Gods zegen.
Eenmaal binnen, krijgen we een warm welkom van de Engels sprekende directrice. Gelukkig was ik daarop voorbereid, zodat ik wat zinnetjes klaar had gemaakt. Jammer dat ik dan meestal niet echt kan zeggen wat ik bedoel. Ik moet het doen met de basis van de Engelse taal.
Zoals overal krijgen de kinderen speciale aandacht. Het werkt wel, want even later zijn ze verdiept in hun spel. Zelfs zo dat ze mama niet in hun gezichtsveld nodig hebben!
Ik groet de kinderen. Alle ogen zijn op mij gericht. Uit sommige kindermondjes hoor ik voorzichtig een “hallo”, maar de meesten houden zich stil.
Na een paar minuten zitten alle kinderen, op aanwijzing van de juf, achter hun tafeltje. De Regenboog is een Surinaamse peuterschool. De Engelse directrice is een christin en geeft af en toe Bijbelles in het Engelse klasje. Omdat ze de Nederlandse taal nauwelijks machtig is, kan ze de kinderen in de twee Nederlandse klasjes niet met het Evangelie bereiken. Het heeft haar lang beziggehouden hoe ze deze kinderen toch kan bereiken.

Het idee kwam van Jenny, een vrouw uit de gemeente van Powakka, die een tijdlang vrijwilligerswerk op de school had verricht. Ze had de kinderen een paar Bijbelliedjes geleerd. Meer kon ze niet bieden, omdat ze niet goed Nederlands spreekt. Pasgeleden waren we, als gezin, bij hen op bezoek. Ze vertelde dat ze elke schooldag van 8.00 tot 13.30 op school doorbrengt, omdat de benzineprijs haar verhindert om terug naar huis te rijden. Ze woont namelijk ver van school.

Inmiddels helpt ze me, elke maandagochtend, in het huishouden. Dit zijn welkome inkomsten en een ochtend minder op school. We zijn verder in gesprek geraakt. Ik vertelde hoezeer ik verlangde naar werk in Gods koninkrijk en dat ik dacht aan Bijbelonderwijs in een kindertehuis of een school. Zo kwam het ze contact heeft gezocht en de weg heeft vrijgemaakt om aan deze kinderen Nederlandse Bijbelles te geven. Gelooft u nog in toeval?
Om wat te ontspannen, zingen we eerst “Berend Botje” en “Hansje Pansje Kevertje”. Heerlijk om in je moedertaal te kunnen zingen en praten.
Nadat de kinderen er meer ontspannen uitzien, trek ik wat boekjes uit mijn tas. Sommige boekjes, bijvoorbeeld van Nijntje, worden herkend. Daarna laat ik ze de Bijbel zien. Het grote onbekende Boek voor deze kinderen. Ik vertel dat dit het boek van God is en waarom ik er zo graag in lees. Even later zingen we: “Lees je Bijbel, bidt elke dag.” En ja hoor, na de 2e keer gaan de monden open en beelden hun handen het liedje uit. Ik zie handen alsof ze de Bijbel vasthouden. Ik zie gevouwen handen. “Heere, werk in deze jonge kinderharten.”

Het scheppingsverhaal lijkt wat te lang te duren. Hier en daar begint er één te draaien en de juf moet af en toe een kind manen. Volgende keer maar wat korter.
‘k Zie uit naar morgen. Wat zullen de kinderen ervan hebben onthouden? Binnenkort, als de Bijbelliedjes vaker zijn gezongen, gaan ze mee de huizen in. Ik zie ernaar uit.